Menu  MIDWINTERHOORNWANDELING 2019

Geschiedenis van de midwinterhoorn

Sinds mensenheugenis wordt in Twente op de midwinterhoorn geblazen. De herkomst is niet geheel duidelijk: is het van oudsher een “signaalhoorn” of ligt de oorsprong meer bij heidense godsdienstige gebruiken? Deskundigen houden het op het laatste en geven de midwinterhoorn een rol bij de kortste dag (en langste nacht) van het jaar, midden in de donkere winter: de zonnewende. De midwinterhoorn zou daarbij gebruikt zijn om vele boze geesten te verdrijven en de zon   “terug te roepen “ die dan op haar laagste punt staat. Tegenwoordig wordt op de midwinterhoorn geblazen in Twenthe en enkele plaatsen in de aangrenzende Duitse Grafschaft Bentheim, en wel vanaf de eerste zondag van de Advent tot en met Driekoningen (6 januari). Het gebruik is gekerstend: door op de midwinterhoorn te blazen, kondigt men nu het kerstfeest aan.

Het maken van een midwinterhoorn is een knap stuk handwerk. Het is een kunst om uit een ruw stuk hout een welluidende midwinterhoorn te maken. Het vakmanschap om een hoorn te maken is iets dat je hebt of niet. Er komt namelijk een grote dosis kennis en geduld aan te pas, en dat laatste kan men in de tegenwoordige gemechaniseerde tijd nauwelijks nog opbrengen. De hoorn is ongeveer 1,50 m. lang.  Meestal is het onderste deel van de hoorn gekromd, maar dat is niet noodzakelijk. Het is wel mooier. Het laatste gedeelte heeft doorsnee van ongeveer 10 cm . De hoorn wordt gemaakt van berken- of wilgenhout; deze houtsoorten hebben bepaalde klankeigenschappen, die hen bij uitstek geschikt maken. Nadat de stam is ontdaan van schors en spint, wordt deze in de lengte doormidden gezaagd. Vervolgens holt men met een guts de beide helften uit. De twee delen worden naderhand op elkaar gelijmd en na een bewerking met hars verstevigd met ringen van gehalveerde braamstengel of wilgentwijg. Vroeger maakte men de naad tussen de beide hoornhelften steeds met biezen luchtdicht. Men bevochtigde de hoorn met water waardoor de biezen uitzetten en de naden werden zo gesloten. Vandaar dat we ze een natte hoorn noemen. Bij vriezend weer goot men soms water in de hoorn: het ijslaagje zorgde nadien voor een gladde wand, waardoor de hoorn mooier klonk. De hoorn werd daarom vaak in de waterput gehangen. Daarom ziet men vaak afbeelding van midwinterhoornblazers bij een put, niet omdat dat beter klinkt, maar puur om de hoorn luchtdicht te houden.

Een gladde binnenkant van de hoorn bereikt men nu door de hoorn (voordat beide helften aan elkaar gezet worden) van binnen goed glad te schuren en 2 x te lakken. Tegenwoordig maakt men midwinterhoorns zowel volgens de lijm-, als de (vroegere) biezenmethode. Het mondstuk, de happe, maakt men van vlierhout. De zachte kern wordt verwijderd en het stukje hout vervolgens in de vorm gesneden, waarna men het in de bovenste hoornopening plaatst. Door de lippen tegen het mondstuk te persen en ze in trilling te brengen ontstaan de z.g. natuurtonen: een melancholiek en verdragend geluid. De techniek is niet te vergelijken met jachthoornblazen (dat klinkt veel stotender) of trompetspelen. Het is een roepinstrument, elke hoorn heeft een andere klank.

Het melancholieke geluid van de midwinterhoorn komt het best tot zijn recht bij droog, liefst vriezend weer. Het geluid kan dan, afhankelijk van de windrichting, vele kilometers ver dragen. Als de tonen van de hoorn weerkaatst worden tegen de bevroren ondergrond of een vijver kaatsen ze terug via de vele houtwallen. Dan ontstaat zelfs een enigszins spookachtig effect.

De midwinterhoorn klinkt het best daar, waar hij ook vroeger al geblazen werd, namelijk op het platteland. Het is een soort vraag-en-antwoordspel, waarbij de roep van de ene blazer wordt beantwoord door een zich op enige afstand bevindende andere blazer. Men blaast steeds om beurten, bij voorkeur in de avondschemering (in het Twents: “tweeduuster ”).

De roep die van vroeger uit bekend is, wordt de 'oale roop' genoemd. Deze is eenvoudiger van opbouw dan die van de melodieblazers. Bij melodieblazen, een idee van Toon Borghuis, probeert men een zo lang mogelijke 'melodie' voort te brengen. Dat gaat nogal eens ten koste van de  geluidssterkte. Hierbij wordt de melodie gekenmerkt door 2 tonen omhoog, 1 toon naar beneden en weer 2 tonen omhoog. Elke dorp en elke buurtschap heeft zo zijn ideeën van blazen. Ook  tussen de verschillende blazers van een groep kun je duidelijke verschillen (in opvatting)  horen.

Kenmerkend voor het midwinterhoornblazen zijn:Dus zo NIET

- de blaastechniek, deze is heel anders dan die van een trompet of jachthoorn

- na elke ademhaling wordt weer gestart met de grondtoon

- er worden geen tonen overgeslagen, dus niet in één keer 2 tonen hoger of lager

- er wordt nooit tegelijkertijd door meerdere blazers geblazen.

Hier een videofragment van een blazer die toevallig langs kwam fietsen tijdens de installatie van de kerstboom in

Nosselt, een buurtschap in Denekamp.